Op het moment dat ik deze column schrijf ben ik net terug van een uitzonderlijk luie zomervakantie. Twee weken lang ben ik er uitstekend in geslaagd om het gezegde “liever lui dan moe” op sierlijke wijze in de praktijk te brengen. De ietwat overtollige kilo’s op m’n dijen schreeuwen dan ook om de start van het nieuwe voetbalseizoen, want de welbekende “worstjes op m’n borstjes” en “preitjes op m’n dijtjes” hebben inmiddels meer weg van de kleffe cheeseburgers en vette pizzapunten die je in een all-inclusive hotel krijgt voorgeschoteld. Tja, wat dat betreft heb ik het begrip sixpack de laatste weken een totaal andere dimensie weten te geven. Des-al-wel-te-plus staat het voetbalseizoen ’16-‘17 voor de meeste voetballers, voetbalsters en voetballiefhebbers alweer een tijdje wekelijks bovenaan de agenda. Ook ik heb inmiddels weer genoeg voetbal gezien om, ondanks mijn ongezouten mening, deze columnreeks niet al te flauw te beginnen.

Ik moet me inhouden om niet gelijk van wal te steken met mijn lijstje met ergernissen, want dat zijn er nogal wat. Maar het Nederlands Elftal spant momenteel écht de kroon. Kom op hé! Griekenland? Mijn ogen werden op pure ellende getrakteerd. Oké, toegegeven, er stonden een aantal ontzettend lelijke Grieken in de basiself, maar verder hoeven we er toch niet van te schrikken? Nee, vermaak was het allerminst.

Wat wél vermakelijk is, is het voetbal een aantal niveautjes lager. Zo heb ik me zaterdag bijzonder vermaakt tijdens een wedstrijdje 3e klasse reserve. De scheidsrechter had nog niet op z’n fluitje geblazen voor het startsein of de meeste open deuren werden alweer ingetrapt. Clichés als “Tandje erbij”, “Nu wij”, “Bal in de ploeg houden”, “Feller erop” en “Hij niet” vlogen je om je oren. Ik zag ballen in het vangnet, mislukte scharen en onnozele tackles tegenover soepele één-tweetjes, pittige kopduels en geweldige doelpunten. De charme van het amateurvoetbal; je krijgt van alles wat voorgeschoteld. Een knappe overwinning van Redichem overigens. Tegenstander Klein-Dochteren, “vergaten te voetballen”, “zitten nu even in de hoek waar de klappen vallen”, “liepen te lang achter de feiten aan”, “stonden verkeerd” en tja, “die tegengoals vielen wel op een heel ongelukkig moment”. Toch hadden zij, evenals Redichem, genoeg kansen gehad. En “gaat die bal erin, dan speel je toch een hele andere wedstrijd”. Maar de eerste punten zijn binnen! Het begeleidingsteam heeft dan ook weer “voldoende aanknopingspunten gezien” en dat belooft wat voor de rest van het seizoen.

De derde helft, niet op de laatste plaats behorend tot de charme van het amateurvoetbal, bracht mij deze week (eenmalig) in het Oosterbeekse, waar mensen vierden dat ze de Airborne wandeltocht hadden uitgelopen. Ik vierde dat feest met ze mee. Het deed mij deugd om ook daar weer veel Redichemmers onder ogen te komen. Sterker nog; al op de heenweg werd ik van de sokken gereden door een grijze, altijd goedlachse Redichemmer die zijn scooter bereed alsof hij op een Harley Davidson 22 CD-eencilinder uit 1922 zat. Het zou natuurlijk flauw zijn om te zeggen dat dit Jeb Teunissen van Manen was, dus dat doe ik dan ook niet. Ah fijn, met zweet in de bilnaad hobbelde ik er langzaam achteraan. Pfoe, mijn warming-up zit d’rop. Mocht eens tijd worden, het seizoen is allang begonnen!