De spits; een buitengewoon interessant fenomeen. Alhoewel, wanneer je doelt op de juiste betekenis van het begrip. Onderzoek in ‘De Dikke Van Dale’ leert ons het volgende:  

spits (de; v(m); meervoud: spitsen)
1 puntig uiteinde, scherpe punt: iets op de spits drijven een ruzie tot het uiterste drijven
2 spitsuur
3 (sport) de aanval: in de spits spelen

Hoewel het mij bijzonder interessant lijkt om deze column te wijden aan het wel en wee rondom de ochtendspits, richt ik mijn vizier ditmaal op de hier bovenstaande derde suggestie. Want hoe je het ook wendt of keert, de spits is het paradepaardje van een voetbalelftal. Vraag aan ieder willekeurig jong voetballertje waar hij of zij wilt spelen en negen van de tien keer is “spits” het antwoord. Want wie jaagt er nou niet het liefst de bal tegen de touwen?

Ondanks dat de positie van midvoor een immense populariteit met zich meebrengt, blijkt de invulling ervan in de praktijk heel wat coaches een enorme hoeveelheid aan hoofdbrekens te bezorgen. Bij Ajax zijn er bijvoorbeeld de laatste jaren tientallen spitsen de revue gepasseerd. En oh oh oh, wat zijn we verwend met spitsen als Hoesen, Sonck, Bulykin, Charisteas, Urzaíz, Cvitanich, Sanogo, Sigthorsson en de gepensioneerde Mido. Beetje flauw natuurlijk, omdat spitsen als Suárez, Huntelaar en Milik wél een schot in de roos bleken te zijn. Deze zijn echter op één hand te tellen. Het is ook niet makkelijk; de traditionele Ajax-spits moet balvast zijn, links- en rechtsbenig, moet snelheid hebben, moet goed kunnen koppen, meevoetballen en natuurlijk makkelijk kunnen scoren. Hmm… ondergetekende begint nu in ieder geval te begrijpen waarom hij als spits nooit is geslaagd.

Fenomenen als Van Basten, Van Nistelrooij, Tom van Roekel, Ronaldo (die ‘dikke’), Torres (in z’n Liverpool-tijd), Messi en Patrick Siccama daargelaten, is er voor mij persoonlijk maar één: Klaas-Jan Huntelaar. Inmiddels 33 jaar oud en in de herfst van z’n carrière. Maar man, wát een speler! Een sluwe spits met het echte ‘Spitzengefühl’, ‘Torinstinct’ en met een neusje voor de goal. Weerzinwekkend dat een Oranje-spits (76 interlands, 42 doelpunten) zijn gehele interlandcarrière ter discussie heeft gestaan. En hoewel hij met rugnummer 25 speelt, is hij voor mij de enige nummer 9. Een ode aan Klaas-Jan, wat mij betreft!