Het is nu dag tien na de historische bekerwinst van Vitesse op AZ. Ik kan het eigenlijk nog steeds amper geloven dat het ons dan eindelijk gelukt is. Het gevoel is met geen pen te beschrijven en toch waag ik een poging.

Zoals zoveel andere supporters om me heen heb ik staan te huilen als een kind. Na de 0-1 van van Wolfswinkel waren het prikkende tranen, bij zijn 0-2 een waterval die mijn ogen uitliep. Ik schaam me hier niet voor, alles kwam eruit. Nu ik dit tik heb ik het kippenvel weer tot in mijn nek staan.

Jaar in, jaar uit, altijd maar hopen dat er eens succes te vieren viel in die KNVB-beker. Tegelijkertijd altijd weer die verrekte KNVB-beker, tot mijzelf uit wanhoop maar omgedoopt tot de KNVB-gifbeker.

We vlogen jaren geleden eruit bij de amateurs van FC Lienden, tikte Ajax in de Arena scheel met 0-4 om vervolgens de volgende ronde ten onder te gaan tegen een minder FC Groningen. De verdwenen proftak AGOVV schakelde ons ooit uit in Gelredome na een penaltyserie en een kwartfinale 'thuis' tegen Ajax … in Emmen.

De emotie heeft verschillende lagen voor me. Mijn vader is dik twee jaar geleden voor de dood weggehaald met een zwaar hartinfarct. Zoals zoveel mensen weten, mijn vader is net zo gek op Vitesse als dat ik dat ben. Veelvuldig hebben we onze diepste en vurigste wens na elkaar toe uitgesproken:

"Als ze nou maar een keer die KNVB-beker winnen in ons leven, dat zou fantastisch zijn".

Dat ik dit met mijn vader mag meemaken in dit aardse leven, op de dag dat mijn zoontje zijn 1-jarige leeftijd aantikte en we dit jaar 125 jaar bestaan met Vitesse, kan ik daarom maar één conclusie trekken: er bestaat een god, een ware Voetbalgod. Dank en Amen.