Het gros van de voetballers bedrijft hun geliefkoosde voetbalsport al vanaf zeer jonge leeftijd. De huidige generatie voetballers is meestal in de F-jeugd begonnen en heeft daarna alle selecties van de jeugd tot aan de A-junioren doorlopen. Afhankelijk van het geërfde talent, geleverde inspanningen en de ontwikkeling daarvan, kom je als voetballer in de selectie of een lager elftal terecht. Je ontwikkelt je als speler van “belofte” via “dragende” speler, tot gevestigde “routinier” of je glijdt langzaam af en bewandelt de snelste route richting kantineheld. Ook niks mis mee.

Eenmaal rondlopend met de stempel “routinier”, krijg je ongewild een rol toebedeeld waarbij je jonge talenten dient te corrigeren op de fouten die ze maken, het verlengstuk van de trainer bent en opeens belangrijk wordt “in de kleedkamer”. En als je deze rol ook nog eens voor een lange tijd vervult bij je favoriete club, wordt je opeens tot clubicoon gebombardeerd. Terecht overigens. Kippenvel kreeg ik van de ontlading bij Dirk Kuyt in de kampioenswedstrijd van Feyenoord en het emotionele afscheid van Francesco Totti die na 25 jaar zijn jeugdliefde AS Roma heeft uitgezwaaid. Beiden clubicoon in hart en nieren.

Onmiskenbaar dient zich een moment aan dat er een stapje terug gedaan moet worden. Soms gebeurt dat op eigen initiatief, soms wordt die beslissing overgelaten aan de technische staf van de club. Welk scenario ook wordt gekozen, voor de voetballiefhebber doet zo’n besluit altijd pijn.

Afgelopen zaterdag heb ik getuige mogen zijn van het mooie en emotionele afscheid van twee clubiconen van Redichem, Bart Bovendeur en Maarten Kerkhof, die onze club na vele jaren trouwe dienst gaan verlaten. Helaas heb ik (te) kort met ze mogen “werken”, al zullen ze dat zelf misschien anders ervaren hebben. Desondanks hebben ze in een korte periode een onuitwisbare indruk op mij achtergelaten. Man, wat een helden! Over clubiconen gesproken…chapeau!