De termen die in het voetbal gebruikt worden zijn soms erg bijzonder voor een buitenstaander om aan te horen. Bargoens is de taal van de straatcriminelen, voetbaljargon voor ons voetballiefhebbers.

Schieten met je 'chocoladebeen', de bal in de 'winkelhaak' peren of een 'pingel' krijgen. Voor ons voetbalmensen niet meer dan normale woorden om bepaalde situaties in het veld te benoemen.

Net zoals de Nederlandse taal is ook het voetbaljargon veranderlijk met betrekking tot de tijd waarin we nu leven. Er zijn woorden die nog amper gebruikt worden (termen als stopperspil, libero of een ballotagecommissie bijv.), maar er komen ook nieuwe voetbalwoorden bij. Bij een goede gestroomlijnde aanval met een doelpunt zal de tegenwoordige jeugd spreken van een 'Playstation-doelpunt'. Iemand 'poorten' is standaard een 'panna geven' geworden en in deze tijd spelen we niet meer man op man, maar hebben we het vaak over ''zonedekking' om de ruimtes te verdedigen.

Ook bijnamen van voetballers behoren zeker tot het voetbaljargon: 'De Kromme' is natuurlijk Willem van Hanegem, Frans de Munck ontegenzeggelijk 'De Zwarte Panter' en als we het over 'Knakkie' hebben, dan weet de oude generatie heel goed dat hiermee Dick Schneider bedoeld word.

Ikzelf ben net zo onderhevig qua taal tot het voetbaljargon. De mond van mijn vrouw viel een tijdje geleden namelijk open van verbazing toen ik een Vitesse-speler niet bij zijn voor of achternaam noemde, maar met zijn bijnaam. Tijdens de wedstrijd had ik het namelijk niet over Navarone of Foor, maar over 'Naffie'. Mijn vrouw vond het ook wel weer wat liefs hebben dat ik en een vriend met een biertje erbij en hevig discussiërend over hel veldspel, het over 'Naffie' hadden.

Ik heb zelf ook altijd een bijnaam gehad, waar ik ook speelde: 'Pipo' klonk het al snel. Geen idee hoe ze daarbij kwamen…