Als er ergens een plek is bij een voetbalclub waar iets binnenskamers blijft, dan is dat wel de kleedkamer. De kantine is een te openbare plek om bepaalde zaken te bespreken wat niet voor ieders oor bestemd is. De kleedkamer wel, de ruimte waarin je urenlang tijdens een seizoen bivakkeert met je teamgenoten. Sommige teamgenoten zijn zelfs vrienden van je.

In de kleedkamer worden allerlei uiteenlopende zaken besproken: liefdesverhalen, maar ook hoe je werkdag verging, waar je naar toe gaat tijdens de zomervakantie en welke stad er vanavond onveilig gemaakt gaat worden als je gaat stappen. De kleedkamer is een soort huiskamer, vaak heb je ook een vast plekje in deze huiskamer.

De kleedkamer is ook de plek waar de voetbalhumor welig tiert. Een begrip dat niet uit te leggen valt aan mensen die nooit aan voetbal gedaan hebben. Menigmaal heb ik op de kleedkamervloer in een deuk gelegen met tranen van het lachen over mijn wangen.

Ook heb ik regelmatig meegemaakt dat in de rust een bidon door de trainer vakkundig tegen de een muur terecht kwam. Boos dat hij was! De plannen die vooraf gemaakt waren tijdens de wedstrijdbespreking in de bestuurskamer met de magneetjes op het bord zijn door iedereen vergeten. Daarom sta je nu met 0-3 achter. De boosheid van de beste man is te begrijpen.

De geur van de kleedkamer is uniek. Gras en modder zorgen hier voor. Ook de shampoo die onder de douche gebruikt is, de eau de toilette en deodorant hebben hun bijdrage. Gel en haarlak maken het geheel af. Een soort van ICI Paris voor voetballers. De laatste twee die in de kleedkamer overblijven moeten deze ruimte schoonmaken. Een trekker over de vloer en op naar het volgende huiskamergesprek dat hier over een paar dagen weer plaatsvindt.