Column

Vanaf zomer 2016 is er een column op de website van Redichem. Ongeveer twee maal per maand een nieuwe. 

Nooit wat gewonnen. Geen landskampioenschap, K.N.V.B.-beker (wel driemaal de finale gehaald: allemaal verloren), ook geen Johan Cruijff schaal. Wat voor ons een prijs is, is Europees voetbal halen. Via de eindstand of via de playoffs. Dat we vaak na een of twee voorrondes er weer uit liggen, dat mag de pret niet drukken.

In mijn jeugdjaren met voetbal was ik van de eerste lichting jongentjes die weleens op kunstgras speelde. Niet om tegen iets aan te trappen om het willen trappen, maar met gemeende ernst: Ik heb het nooit wat gevonden.

Vroeger

Voordat de wekker afgaat ben ik al wakker, het is nu half zeven in de ochtend. Als ik naar buiten kijk is het donker, stil en mistig. Langzaam kom ik uit mijn warme bedje, trek mijn kleren aan en doe gel in mijn haren. Gisteravond heb ik de voetbaltas (tijdens de reclame van Baantjer) al minutieus ingepakt tot aan reserve voetbalschoenen aan toe.

De kleedkamer is ogenschijnlijk dé ruimte bij uitstek waarin het mogelijk is om van kleding te wisselen. Niets meer, niets minder. Hoewel, je kunt je er ook rustig voorbereiden op de wedstrijd, tactieken bespreken en, veel belangijker, een dolletje maken met je teamgenoten. Althans, zo gaat dat wel in mijn beleving.

Voetbalweekendjes weg

Prachtige momenten heb ik door te voetballen mee mogen maken: Talloze malen de slappe lach in de kleedkamer met zijn spreekwoordelijke humor gehad, doelpunten gemaakt en kampioenschappen mogen vieren (voor mijn Redichem-tijd), tegen jeugdteams van profclubs mogen ballen, drinkgelag in de kantine tijdens de befaamde derde helften en voetbalweekendjes weg.

De ouderwetse voetbalkantine is een uitstervend ras, net zoals een bruin café, circussen of kinderen die nog knikkeren om Panda's, Rode Duivels en Turtle's (jaren negentig, mensen). Zoals de tijd alles doet opslokken met moderniteiten, zo ontkomt ook een voetbalkantine niet aan zo'n metamorfose.

Iedere voetballer op welk niveau dan ook, heeft één of meerdere tics. Zo zijn er voetballers die altijd eerst de linkerschoen aantrekken en dan pas de rechter, de ander verlaat pas als laatste de kleedkamer en de volgende maakt een kruisje als hij het speelveld op komt lopen.

Het is 6 december; het “Dag Sinterklaasje” galmt nog na en Mariah Carey werkt me alweer op m’n zenuwen. Het is inherent aan de decembermaand, waarin Sinterklaas en Kerst elkaar in een rap tempo opvolgen. Nog misselijk van de pepernoten en chocoladeletters, kijk ik stiekem alweer reikhalzend uit naar de vette oliebollen en appelbeignets.

De spits; een buitengewoon interessant fenomeen. Alhoewel, wanneer je doelt op de juiste betekenis van het begrip. Onderzoek in ‘De Dikke Van Dale’ leert ons het volgende:  

spits (de; v(m); meervoud: spitsen)
1 puntig uiteinde, scherpe punt: iets op de spits drijven een ruzie tot het uiterste drijven
2 spitsuur
3 (sport) de aanval: in de spits spelen