HISTORIE NEDERLANDSE VOETBALCOMPETITIE

Het voetbalspel werd in Nederland door door W.J.H. (Pim) Mulier (1865-1954) geïntroduceerd. Mulier was medeoprichter van de oudste voetbalvereniging van Nederland : de Haarlemse Football Club (1879). In 1889 was hij tevens betrokken bij de oprichting van de Nederlandse Voetbalbond, dat in 1929 het predikaat Koninklijk kreeg (KNVB). De Nederlandse bond is na de Deense Voetbalbond de oudste bond van het continent.

Mulier werd in 1865 in Witmarsum geboren. Op vijfjarige leeftijd werd hij naar een kostschool te Noordwijk gebracht. Daar zag hij voor het eerst (Engelse) jongentjes tegen een bal trappen. Er was geen sprake van een wedstrijd tussen elftallen, maar meer van een gezelschapsspelletje. Na het vertrek van deze Engelsen van de school werd het spel niet meer beoefend. In 1875 zag Mulier het spel weer. In Oostende speelde een groepje Engelsen een spel dat al veel op soccer leek. In 1879 kocht Mulier een rugbybal en bestelde via de winkelier een reglement in Engeland. Samen met zijn vrienden ging hij het spel spelen in Haarlem, op de weilanden achter de Hout, de zogenaamde Koekamp. De toen 14-jarige Mulier was de oudste en de leermeester van zijn vrienden, met wie hij op 15 september 1879 de Haarlemsche Football Club oprichtte, een club met 40 à 50 leden. Mulier noemde later als zijn meest actieve medewerkers Peltenburg en Schiff.

Ongetwijfeld met behulp van de invloed van zijn vader, die een grootgrondbezitter was, kregen Mulier en de zijnen in 1880 de beschikking over een eigen terrein, de Koekamp. De H.F.C. bloeide en genoot veel aantrekkingskracht. In het H.F.C.-gedenkboek schreef Mulier: In 1880 toen ik de Koekamp kreeg was het alsof alles wat jongen heette naar dat kleine veldje werd getrokken. De jongens meldden zich bij dozijnen aan.

Echter niet alles verliep zonder problemen, omdat enkele ouders zich afkeerden van het ruwe rugby-football dat door de eerste H.F.C.’ers werd gespeeld. Mulier herinnerde zich het fijnere soccer, dat hij in Ramsgate had gezien. Hij bestelde een reglement uit Engeland en in 1880 begonnen de H.F.C.’ers met het spelen van soccer, ons huidige voetbal. Kennissen van de H.F.C.’ers uit Amsterdam, Den Haag, Rotterdam werden uitgenodigd om het spel te komen bekijken en te beoefenen. Het voetbal kreeg en toenemende bekendheid en aantrekkingskracht en verspreidde zich onder de elitejeugd. De verspreiding van het voetbal had in eerste instantie plaats op kleine schaal, onder studierelaties en vrienden. Later gingen ook andere stand- en studiegenoten het voetbal spelen.

Mulier stond ook aan de wieg van de N.A.V.B. (Nederlandschen Voetbal- en Athletischen Bond). Hij was al vanaf 1883 bezig met een landelijk overkoepelend orgaan. In 1889 was men klaar voor een landelijke voetbalorganisatie, omdat het wenselijk bleek een uniform reglement op te stellen voor alle Nederlandse clubs. Mulier werd uiteraard de eerste voorzitter. Naast voetbal en atletiek had Mulier ook belangstelling, actief en passief, voor een groot aantal andere sporten. Zo was hij van 1891 tot 1892 voorzitter van de Nationale Cricketbond en introduceerde hij hockey en bandy (een soort ijshockey) in Haarlem in 1891. Ook was Mulier actief schaatser. Op 21 december 1890 bezocht hij per schaats de elf Friese steden. Als secretaris van de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding drong hij er in 1908 bij de Friese IJsbond op aan om een elfstedentocht te organiseren. Tennis introduceerde Mulier in 1884 in Haarlem, nadat hij het in Engeland had leren kennen. Naast al deze sporten waar Mulier een rol had in de beginfase van die sporten, beoefende hij zelf ook actief enkele al bestaande sporten, zoals wielrennen, kaatsen en biljarten. Bovendien was Mulier ook journalist. Ook met behulp van deze bezigheid probeerde hij sport te propaganderen, blijkens publicaties als Voetbal en Athletiek (1894), Winterspelen (1894) en Cricket (1897).

In 1953 werd er een tweede Nederlandse Beroeps Voetbal Bond opgericht, geheel tegen de zin van de KNVB. Er werden diverse rivaliserende competities georganiseerd. Op 13 november 1954 werd de strijdbijl tussen de KNVB en de nieuwe NBVB begraven.

Beide bonden gingen een fusie aan en het semi-professionele voetbal deed voorgoed zijn intrede in Nederland.

Ook later zijn er nog wijzigingen in de competitie-opzet aangebracht. Lange tijd was er sprake van een competitie met een eredivisie, twee eerste divisies en twee tweede divisies. Omdat er teveel clubs aan de competitie deelnamen werd het aantal clubs dat aan het betaald voetbal mocht deelnemen in aantal teruggebracht. Vanaf die datum is er sprake van een eredivisie en een eerste divisie.